Nog lang niet met pensioen: Waarom de 67-jarige leeftijd voor Nederlanders de nieuwe norm is

27 januari 2026

De pensioenleeftijd van 67 jaar is een onderwerp dat veel Nederlanders aangaat. Velen hebben het gevoel dat ze nog niet klaar zijn voor een leven zonder werk. Wat betekent deze nieuwe norm voor onze toekomst? Laten we eens dieper ingaan op de redenen en de impact van deze verandering.

De realiteit van de vergrijzing

De levensverwachting in Nederland is gestegen, maar recent onderzoek toont aan dat deze nu lager is dan eerder voorspeld. Volgens het CBS zullen mensen die in 2030 65 jaar worden, gemiddeld nog 20,96 jaar leven in plaats van de eerder geschatte 21 jaar. Dit heeft directe gevolgen voor de AOW-leeftijd en ons pensioen. De overheid heeft besloten de AOW-leeftijd tot 2027 op 67 jaar te houden, met een verwachte verhoging naar 67 jaar en 3 maanden voor 2028 en 2029.

Deze verschuiving staat niet op zichzelf; het is een reactie op de demografische veranderingen. Met een groeiend aantal ouderen in de samenleving, is er behoefte aan een ander pensioenbeleid. Maar hoewel de levensverwachting fluctueert, lijkt het erop dat de overheid de omstandigheden niet snel zal aanpassen.

De opkomst van een nieuwe pensioenrealiteit

In 2024 gingen bijna 93.000 mensen met pensioen met een gemiddelde leeftijd van 66 jaar en 1 maand, een stijging van de gemiddelde pensioenleeftijd ten opzichte van 2023. Vroeger stopte bijna 75% van de mensen vóór hun 62e

  • In 2004 was slechts 12% van de gepensioneerden 65 jaar of ouder; 77% van de gepensioneerden in 2024 is dat wel.
  • Slechts 6% van de mensen was 67 jaar bij hun pensioen in 2023; dit steeg naar 40% in 2024.

De rol van beleid en economie

Het huidige beleid heeft een aanzienlijke invloed op de werkplek en de pensioenleeftijd. De AOW-leeftijd is sinds 2013 gekoppeld aan de levensverwachting, wat betekent dat deze stijgt naarmate we langer leven. Deze aanpassing is onvermijdelijk gezien de uitdagingen van de vergrijzing. Tegelijkertijd kunnen niet alle Nederlanders het zich veroorloven om vroeg met pensioen te gaan. Financiële onzekerheid, inflatie en stijgende kosten maken het moeilijk voor velen om de stap naar pensioen te zetten.

Daarnaast zijn er verschillen tussen sectoren. Werknemers in het openbaar bestuur gaan bijvoorbeeld gemiddeld eerder met pensioen dan in andere sectoren. Dit toont aan dat persoonlijke omstandigheden en sector specifieke uitdagingen ook van invloed zijn op wanneer mensen besluiten met pensioen te gaan.

Toekomst van de pensioenleeftijd

De voorlopige cijfers voor 2024 suggereren dat de stijgende pensioenleeftijd nog lang niet ten einde is. Zeker als de levensverwachting weer toeneemt, is een verdere verhoging van de AOW-leeftijd zeer waarschijnlijk. Dit roept vragen op over de belasting van werkenden in fysiek zware beroepen, zoals in de bouw en zorg. Er is een groeiende roep om maatwerk en vroegtijdige pensioenopties voor deze medewerkers.

De werkelijkheid is dat steeds meer mensen pas later in hun leven met pensioen gaan. De grens van 67 jaar wordt steeds vaker de norm. Hierdoor moeten we ons als samenleving afvragen hoe we met deze veranderingen omgaan en wat dit betekent voor onze manier van werken en leven.

Wat betekent dit voor jou?

Voor velen roept de AOW-leeftijd van 67 vragen op over de planning voor de toekomst. Hoe lang willen en kunnen we blijven werken? Het is belangrijk om een goed perspectief te krijgen op je pensioen en de mogelijkheden die erbij komen kijken. Als je nadenkt over je toekomst, is het wellicht tijd om extra aandacht te besteden aan je financiële en persoonlijke plannen. Neem de tijd om de opties te verkennen en overleg indien nodig met professionals in de pensioenplanning.

De verschuiving naar een latere pensioenleeftijd is een uitdaging, maar het is ook een kans om duurzame oplossingen te vinden voor zowel individuen als de samenleving als geheel. Laten we deze verandering omarmen en gezamenlijk werken aan een toekomst waarin we niet alleen langer leven, maar ook langer gezond en gelukkig kunnen blijven.